Stientje van Veldhoven, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, was maandag 3 september op bezoek in Apeldoorn, om daar te horen welke resultaten de gemeenten Apeldoorn, Deventer en Zwolle boeken op het gebied van bronscheiding.

Afvalscheiding op scholen trekt aandacht

 

Stientje van Veldhoven, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, was maandag 3 september op bezoek in Apeldoorn, om daar te horen welke resultaten de gemeenten Apeldoorn, Deventer en Zwolle boeken op het gebied van bronscheiding. De gemeenten Apeldoorn en Deventer presteren beter dan het landelijk gemiddelde; Zwolle is duidelijk op weg. Wat maakt deze gemeenten succesvol? Geïntegreerd beleid (beleid gericht op alle grondstofstromen), aandacht voor communicatie, educatie en bewonersparticipatie, aldus de gemeenten.

De drie wethouders Marc Sandmann (Apeldoorn), Carlo Verhaar (Deventer) en William Dogger (Zwolle) vonden het belangrijk om te laten zien dat gemeenten een grote rol spelen in de stappen op weg naar No Waste. Zij willen dan ook een gesprekspartner zijn in belangrijke discussies in ons land, bijvoorbeeld die over plastic verpakkingen of statiegeld.

Keukenafval

Maar ook in de vraagstukken hoe grondstoffen beter verwaard kunnen worden zodat kringlopen meer worden gesloten, konden de gemeenten aansprekende voorbeelden laten zien. Het proefproject ZoGeFikst, waarbij keukenafval bij hoogbouw in Deventer wekelijks wordt opgehaald door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, was een van de projecten waar Stientje van Veldhoven interesse voor toonde.

 

Uitdagingen

De staatssecretaris werd langs de afvalstromen papier, GFT, PMD, textiel, E-waste en grofvuil en restafval geleid. Daar gaf telkens een inhoudelijk deskundige toelichting op de resultaten van bronscheiding en de uitdagingen die zij voor de betreffende stroom zagen. Daarna volgde een inhoudelijke discussie.

Ruim baan voor afvalscheiding

Wat de staatssecretaris toezegde, was om serieus te kijken hoe afvalscheiding op scholen, bij verenigingen en evenementen ruim baan gegeven kan worden. In de regio waar Circulus-Berkel werkt, doen sinds enkele jaren inmiddels ruim 80 basisscholen aan afvalscheiding. Dit programma, CleanWise, is destijds ontwikkeld in Deventer bij de introductie van diftar. Maar er zijn wettelijke belemmeringen om verder op te schalen, omdat het afval van deze organisaties officieel valt onder bedrijfsafval. De commerciële inzamelaars bieden geen scheidingsmogelijkheden. Inzamelaars van huishoudelijk afval doen dat wel; hun bedrijfsvoering is daarop ingericht.

Opschaling is knelpunt

De 81 scholen die nu in het werkgebied van Circulus-Berkel meedoen aan het CleanWise programma bieden hun PMD, en soms ook papier en GFT, als grondstoffen in het kader van educatie aan. Daarmee omzeilen ze officiële regelgeving, hetgeen door niemand tot nu toe als een probleem is gezien. Maar alle partijen realiseren zich dat zonder wetswijziging of anderszins wegnemen van belemmeringen eigenlijk geen verdere opschaling naar bijvoorbeeld middelbare scholen, verenigingen of evenementenorganisaties mogelijk is.

Verdere stappen

Om verdere stappen te maken op weg naar een circulaire economie is volgens de gemeenten een verdergaande samenwerking tussen partijen in de keten én in de regio noodzakelijk. Dat vraagt vanuit de rijksoverheid ondersteuning. Datzelfde geldt voor het zoeken naar betere verwerkingsmogelijkheden voor lastige grondstof- of afvalstromen zoals luiers en matrassen.

Gepubliceerd op 05 september 2018